Achtergrond

Zes vragen over de instellingstoets

De HU gaat deze week weer op voor de instellingstoets. Wanneer kan de vlag uit? En 5 andere vragen, over lastige stituaties en betrokken studenten.

Op 30 en 31 oktober bezoekt een panel van deskundigen Hogeschool Utrecht voor het opnieuw behalen van de instellingstoets. Zes vragen over deze belangrijke en spannende week voor veel HU-medewerkers en studenten.

  1. Zo’n instellingstoets, wat is daar nou zo belangrijk aan?

Er hangt veel van af. De toetsafname door keurmerkorganisatie NVAO is maar eens in de zes jaar. Het draait om de vraag of de hogeschool goede kwaliteit levert. Realiseert de instelling haar visie op goed onderwijs? Werkt het door kwaliteitszorg voortdurend aan ontwikkeling en verbetering? Zoals projectleider Ouke Pijl het verwoordt: ‘Bij de instellingstoets gaat het om onze onderwijsvisie en de kwaliteitszorg in het onderwijs. We laten zien hoe we in samenwerking met de beroepspraktijk voortdurend werken aan ontwikkeling en verbetering van onze opleidingen.’

Daarnaast geldt dat verlenging van het keurmerk belangrijk is voor opleidingen. Zij hoeven zich bij hun (her)accreditatie dan maar op vier criteria te verantwoorden in plaats van elf bij een uitgebreide beoordeling. Bovendien, zo merkt Pijl op, is de instellingstoets belangrijk voor onze organisatieontwikkeling. ‘Door het voeren van de gesprekken met een panel van externe deskundigen krijgen we een beter beeld van onszelf: waar gaat het goed en waar kunnen we ons verder ontwikkelen.’

  1. Maar dat soort toetsen en accreditaties zijn toch vooral een kwestie van de documenten op orde hebben? Wat ze vroeger ‘een papieren tijger’ zouden noemen, maar nu eerder een digitale pdf-storm?

Natuurlijk, er komt bureaucratie bij kijken. Maar Pijl vindt het meevallen: ‘We hebben één zelfevaluatierapport geschreven. Met veertien bijlagen, allemaal bestaande documenten zoals HU in 2020, de onderwijsvisie en onze besturingsfilosofie. Dat is alles. Het gaat vooral over het verhaal van de HU dat we met elkaar aan het panel gaan vertellen: wat is onze visie op goed onderwijs en hoe werken we aan verbetering?’

Belangrijkste is dat deze week de NVAO langskomt met een panel van deskundigen, dat bestaat uit vijf personen. Onder hen voorzitter Pim Breebaart, voormalig CvB-voorzitter van de Haagse Hogeschool, en Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad. Deze panelleden spreken in oktober en december met ruim honderd personen binnen de organisatie: studenten, docenten, lectoren, werkvelddeskundigen, medezeggenschappers, management, college van bestuur en leden van de Raad van Toezicht.

  1. Een spannende week?

Dat is het zeker, voor alle betrokken mensen. Begin oktober is er daarom geoefend met proefgesprekken van deelnemersgroepen met een eigen panel. Pijl: ‘Daar zagen we dat het best spannend is om tegenover een panel je verhaal te doen. Maar ook dat het leuk is om te vertellen waar je enthousiast over bent en wat je visie is op de ontwikkelingen in onze hogeschool.’

  1. En wat merken studenten nou van zo’n instellingstoets?

Tja, daar draait het natuurlijk allemaal om: dat studenten goed onderwijs krijgen. Een aantal studenten is bovendien actief betrokken bij de panelgesprekken. In een aparte gespreksronde, en ook als medezeggenschapper, deelnemer aan het Honoursprogramma of het Selficient-project. ‘Zij zorgen voor een waardevol perspectief’, constateert Pijl. ‘Daarnaast helpt deze toets bij de verdere ontwikkeling van het onderwijs en onze onderwijsvisie. Daar zien uiteindelijk alle 35.000 studenten en de beroepspraktijk de resultaten van.’

  1. Komen de lastige onderwerpen ook aan bod? Zoals de laatste plaats van de HU bij de Keuzegids en Elsevier?

Absoluut, daar komt de hogeschool niet onderuit. Zelf kaart het de situatie ook al aan in de zelfevaluatie. Zoals Pijl het beschrijft: ‘We laten zien waar we volgens ons goed op weg zijn. Maar ook dat er spanning zit op de innovatie van ons onderwijs en de uitvoerbaarheid daarvan. En natuurlijk gaan we in op onze positie in de Keuzegids en Elsevier.’

Volgens Pijl  kunnen we het meeste leren van waar het goed gaat: de TOP-opleidingen uit de Keuzegids Bachelor, onze goede positie in de Keuzegids Masters en de bovengemiddelde waardering door onze alumni.’

  1. Laatste vraag: kan de vlag uit na het bezoek van het panel?

Nou, dat duurt nog wel even. In december zijn er namelijk nog een aantal vervolggesprekken, waarbij het panel een steekproef neemt. Woensdagmiddag 31 oktober rond een uur of vijf maakt het panel bekend welke organisatieonderdelen zij op 10, 11 en 12 december wil bezoeken. Pijl: ‘Het zal in ieder geval gaan over kwaliteitszorg in het onderwijs en enkele andere thema’s. Maar bij welke instituten, diensten en kenniscentra, dat weten we pas op 31 oktober.’

Na deze gespreksronde stelt het panel een adviesrapport op voor de NVAO. Pijl: ‘Ik verwacht dat het NVAO-bestuur dan uiterlijk in april 2019 een definitief besluit neemt over de verlenging van het keurmerk. Als dat positief is, dan mag de vlag uit.’

 

 

 

Advertentie

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *