Columns

Waarom ik tegen een bindend studieadvies ben

'Ik vind het gedurfd dat dit college het eindelijk aandurft het bindend studieadvies als overkoepelend rendementsinstrument los te laten. Een bindend studieadvies simpelweg hoort niet in kwalitatief goed hoger onderwijs thuis.'

Joost de Bruin, docent van de minor Project van je Leven en lid van de Hogeschoolraad, vindt het uitdelen van een negatief bindend studieadvies vooral een brevet van onvermogen voor de opleiding zelf.

Door Joost de Bruin

Bij de invoering van het bindend studieadvies durfde niemand het hardop te zeggen, maar in de loop der jaren is wel duidelijk geworden dat het bindend studieadvies vooral een ordinaire rendementsmaatregel is geweest. En het jammere is dat deze eigenlijk amper gewerkt heeft, terwijl we legio prima studenten in die periode de deur hebben gewezen.

Het beste recept om meer rendement uit ons onderwijs te gaan halen, is niet het elimineren uit een opleiding van studenten die vaak gewoon nog moeten wennen aan een nieuwe omgeving. Dat recept bestaat wel uit het laten lesgeven door de beste docenten in het eerste jaar. Juist zij kunnen daar de lat op inhoudelijke gronden dermate hoog neerleggen dat studenten direct doorhebben dat studeren niet iets is wat je erbij doet, maar dat er vanaf dag één flink in de opleiding moet worden geïnvesteerd om een goede leraar, verpleegkundige of journalist te worden .

De mogelijkheid van een bindend studieadvies heeft veel opleidingen lui en gemakzuchtig gemaakt

Studenten leer je verantwoordelijkheid te nemen door hen een uitdagende omgeving aan te bieden, waarin duidelijk wordt dat hun studie serious business is. Wanneer je dat combineert met goede begeleiding is dat nog altijd het beste medicijn voor hoge studierendementen. En laten studenten bij het bepalen van wie de beste docent van hun opleiding is, nou structureel kiezen voor docenten die een combinatie laten zien van goede didactiek, goede vakkennis en een goede relatie met je aangaan. Dat soort figuren moet je dus in het eerste jaar zetten.

Archieffoto

Ik vind het uitdelen van een negatief bindend studieadvies door opleidingen vooral een brevet van onvermogen voor de opleiding zelf. Je hebt met goede voorlichting, matching en intakegesprekken, het onderwijs wat je biedt en de begeleiding tijdens het eerste jaar voldoende instrumenten om studenten duidelijk te maken of de opleiding bij ze past. Als je een goede relatie tussen je docententeam en je studenten opbouwt, voldoet een dringend advies voor studenten die het lastig vinden de knoop door te hakken.

Ook de studenten die het moeilijk vinden om thuis uit te leggen dat ze beter kunnen switchen, hebben echt meestal voldoende aan zo’n advies. Als je als opleiding kwaliteit levert, zal het maar incidenteel voorkomen dat een student een dringend advies negeert. Van die paar studenten per jaar zal een aantal je vervolgens alsnog positief verrassen, bijvoorbeeld omdat de student allerlei nuttige dingen naast de studie ook belangrijk vindt of omdat hij of zij nog wat langer tijd nodig had om te landen.

De rest zal op een later moment de studie alsnog staken omdat men simpelweg hun punten niet bij elkaar krijgt verzameld. Ik vind het feit dat we studenten begeleiden bij het maken van volwassen keuzes en die niet voor ze maken, dan ook veel belangrijker dan het beperkte financiële rendement dat een bindend negatief studieadvies mogelijk oplevert.

De mogelijkheid van een bindend studieadvies heeft tenslotte veel opleidingen lui en gemakzuchtig gemaakt als het gaat om het investeren in en verbeteren van hun voorlichting tijdens het studiekeuzeproces en begeleiding tijdens het eerste jaar van de opleiding.

Ik vind het gedurfd dat dit college het eindelijk aandurft het bindend studieadvies als overkoepelend rendementsinstrument los te laten

Ik weet zeker dat we de afgelopen 23 jaar relatief meer studenten onnodig hebben weggestuurd die prima hun studie binnen redelijke tijd hadden af kunnen ronden, dan dat we afscheid hebben genomen van docenten die niet voldoende geschikt waren voor hun functie. Laat staan dat we opleidingsmanagers of leden van het college van bestuur die niet in staat zijn gebleken tot acceptabele onderwijsrendementen te komen daar even hard op afgerekend hebben als dat we met onze eerstejaars gedaan hebben op basis van hun functioneren tijdens het eerste jaar van hun studie.

Ik vind het dan ook gedurfd dat dit college het eindelijk aandurft het bindend studieadvies als overkoepelend rendementsinstrument los te laten en ben blij dat ik na bijna een kwart eeuw regelmatig in de medezeggenschap te hebben meegedacht over een betere hogeschool, voor het eerst met een Onderwijs- en Examenregeling (OER) in kan gaan stemmen (hierin staan de regels voor studieadvies; red.). Dat heb ik sinds het bindend studieadvies erin staat nooit eerder gedaan. Nu moeten we alleen nog wel ons best doen ervoor te zorgen dat opleidingscommissies en instituutsdirecties op dit vlak – net als het college – met terugwerkende kracht durven te erkennen dat een bindend studieadvies simpelweg niet in kwalitatief goed hoger onderwijs thuishoort.

Gelukkig hebben we de trend mee, want als we het nu niet zelf doen, kan het zomaar zo zijn dat ze het in Den Haag komend jaar voor ons gaan besluiten. Het zou mooi zijn als we in dit dossier nu eens trendsettend durven te zijn en deze keuze zelf durven te maken.

Advertentie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *