De fietsers van Paramaribo

Suriname is hét land bij uitstek voor de Nederlandse student die stage wil lopen in het buitenland. Ga maar na: er is geen sprake van een taalbarrière, het weer is er aangenaam en de Surinaamse bedrijven zijn maar wat blij met de kennis die de Nederlanders meebrengen. Op de werkvloer ontstaat er echter wel eens wrijving met de lokale studenten.

De Surinamer fietst niet. Nee, zelfs voor een boodschap op de hoek pakt hij het liefst de auto, want het versleten wegdek van Paramaribo trotseren op twee wielen? Geen denken aan. Zie je op straat dan ook een fietser, dan is het een Nederlandse stagiaire. Ze komen met duizenden per jaar in Suriname werk- en levenservaring opdoen zonder dat ze een vreemde taal hoeven te spreken. Hun roodverbrande benen zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld.
Harvey Eiflaar van het Stageloket Suriname (een initiatief van de Rotterdamse stichting l’Amazone) vangt de Nederlandse studenten bij hun aankomst op. Hij regelt het vervoer en zorgt voor het kennismakingsgesprek met de stageplek. Eiflaar woonde zelf ooit in Nederland en heeft nu een Nederlandse vriendin. ‘Daarom is het goed dat ik de eerste ben die contact met ze heeft’, zegt hij. ‘Ik ken beide culturen.’ Over de Nederlandse studenten is hij erg te spreken. ‘In tegenstelling tot de Surinaamse stagiaires werken Nederlanders keihard. Ze zijn efficiënt en zakelijk. Surinaamse studenten zijn vaak afwachtend, wat vooral te maken heeft met hun respect naar de leiding toe. Hierdoor nemen ze minder initiatief.’

Wrijving
Waar de Nederlandse student over het algemeen drie maanden doorbrengt op een stageplek, moet zijn Surinaamse collega het doen met slechts twee weken. Surinaamse bedrijven zijn dan ook dol op Nederlandse stagiaires. Volgens de Surinaamse studenten, die moeilijk met de Nederlanders kunnen concurreren, is dit oneerlijk en hun stageplekken zouden worden ingepikt.



Zsuzsika Bruins, student van de lerarenopleiding biologie van de Hogeschool Utrecht, merkt tijdens haar stage duidelijk de hieruit resulterende wrijving. ‘Ik had niet verwacht dat ik als blanke anders zou worden behandeld. Op mijn eerste stagedag vroeg mijn begeleidster meteen wat ik hier nou eigenlijk kwam doen. Dan is de toon snel gezet.’ Ook wordt ze geregeld genegeerd. ‘Laatst was een Surinaamse stagiaire jarig. Ze deelde chips uit aan al haar collega’s, maar niet aan mij.’ Bruins kaart het probleem echter niet aan. ‘Dan word ik er alleen nog maar meer op aangekeken. Na mijn eerste week had ik door hoe het werkt. Ik ben me er van bewust dat ze me hier nodig hebben.’
Ze hebben haar nodig, want ondanks het feit dat stagiaires vaak hun eerste werkervaring opdoen, krijgen ze in Suriname een hoop verantwoordelijkheden. Zo bestaat de volledige vaste redactie van het Surinaamse opinietijdschrift Parbode uit twee Nederlandse stagiaires. ‘Twee weken stage is niet voldoende om je goed te verdiepen in een verhaal’, zegt hoofdredactrice Euritha Tjan A Way. Misschien leren de Surinamers zelfs meer van de Nederlandse studenten dan andersom. ‘Wij hebben veel aan ze. Journalisten uit Suriname schrijven niet op een kritische manier, maar op een belerende. Ze willen informatie verstrekken en voorlichting geven. In de journalistiek werkt het juist tegenovergesteld. En dat hebben we nodig.’

De 18-jarige Nikita Ralim loopt stage bij een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. De in Suriname geboren Ralim verhuisde op zevenjarige leeftijd naar Nederland en is nu voor vijf maanden terug. Op haar stage merkt ze dat ze soms wordt voorgetrokken ten opzichte van de blanke stagiaires. ‘Tijdens de kennismaking werd ik bijvoorbeeld rondgeleid en de anderen niet. Ik heb niet het idee dat de Nederlandse stagiaires zich afsluiten voor de Surinaamse.’

Goed voor de economie
De toeristische sector in Suriname verwelkomt de Nederlandse stagiaires met open armen, vooral wanneer de ouders uit Nederland ook nog eens overkomen om te kijken hoe het met hun zoon of dochter gaat. Als zij vervolgens drie maal per dag buiten de deur eten en daarnaast toeristische tripjes ondernemen, is dat goed voor de economie. Het uitgaansleven speelt dan ook flink in op de Nederlandse toeristen.
Bij ’t Vat, het populairste café onder Nederlandse stagiaires, staat de menukaart vol met bitterballen, broodjes gezond en frikadellen.

Ondanks alles kunnen de Nederlandse stagiaires volgens Eiflaar van het stageloket ook wat leren van hun Surinaamse collega’s. ‘Beide landen hebben wat aan elkaar. De studenten uit Nederland krijgen een goed beeld van de Surinaamse mentaliteit. De Surinamers hebben veel gezag en respect voor leidinggevenden. Niet dat de Nederlanders geen respect hebben, maar in dit land staat het een stuk hoger in het vaandel. Zo kan een goede middenweg ontstaan.’

[kaders]

Wet Arbeid door Vreemdelingen (WAV)

De Surinaamse regering heeft eind vorig jaar de Wet Arbeid door Vreemdelingen (WAV) aangenomen. In de wet worden hogere eisen gesteld aan vreemdelingen die voor langere tijd in Suriname willen verblijven en stagebedrijven zijn daarnaast verplicht om een vergunning aan te vragen voor hun stagiairs. Daarmee is het voor Nederlanders een stuk lastiger geworden om in Suriname stage te lopen. Als gevolg van de WAV moet de Nederlandse student al voor aankomst formeel door de molen. ‘De Suriname regering denkt: Nederland maakt het ons moeilijk, dan doen wij dat ook,’ zegt Aart Jacobi, de Nederlandse ambassadeur in Suriname. Een woordvoerder van het Stageloket Suriname ziet het anders. ‘We moeten af van het chaotische gebeu-ren in Suriname. Nu weet de overheid precies wat er gebeurt.’

Aantal stagiaires

Officiële cijfers over het aantal stagiaires in Suriname zijn nergens bekend. De Surinaamse overheid zegt dat het er zo’n zesduizend per jaar zijn. Volgens het Stageloket Suriname zijn het er maximaal tweeduizend. Het zijn vooral hbo’ers, veel meisjes en vooral studenten in een sociale richting, het onderwijs en van opleidingen als Communicatie en Journalistiek.

You are here